⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 3 - Basiscursus Duits - 1

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Duits
drie = ... ⦾ ?
derde = ... ⦾ ?
op = ... ⦾ ?
nu = ... ⦾ ?
dus = ... ⦾ ?
dat is juist = ... ⦾ ?
juist zijn = ... ⦾ ?
rijden = ... ⦾ ?
de autoweg = ... ⦾ ?
toch = ... ⦾ ?
immers, ja = ... ⦾ ?
mag = ... ⦾ ?
mogen = ... ⦾ ?
men = ... ⦾ ?
eigenlijk = ... ⦾ ?
geldt = ... ⦾ ?
gelden = ... ⦾ ?
adviessnelheid = ... ⦾ ?
kilometer per uur = ... ⦾ ?
de gordel om doen = ... ⦾ ?
vanzelfsprekend = ... ⦾ ?
bestaat = ... ⦾ ?
bestaan = ... ⦾ ?
gordel plicht = ... ⦾ ?
sinds = ... ⦾ ?
de zaak = ... ⦾ ?
willen = ... ⦾ ?
ongeveer = ... ⦾ ?
snelwegrestaurant = ... ⦾ ?
stoppen = ... ⦾ ?
het idee = ... ⦾ ?
vooruit = ... ⦾ ?
het schoteltje = ... ⦾ ?
Het bord = ... ⦾ ?
Het mes = ... ⦾ ?
de vork = ... ⦾ ?
De lepel = ... ⦾ ?
de beker = ... ⦾ ?
het bestek = ... ⦾ ?
De suiker = ... ⦾ ?
het zout = ... ⦾ ?
de mosterd = ... ⦾ ?
de stoel = ... ⦾ ?
de tafel = ... ⦾ ?
groot = ... ⦾ ?
klein = ... ⦾ ?
snel = ... ⦾ ?
langzaam = ... ⦾ ?
veel = ... ⦾ ?
weinig = ... ⦾ ?
warm = ... ⦾ ?
koud = ... ⦾ ?
dik = ... ⦾ ?
dun = ... ⦾ ?
Al, reeds = ... ⦾ ?
mooi = ... ⦾ ?

Klaar!