⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - School en onderwijs 4 - vmbo-t/havo/volwassenenonderwijs

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Spaans
het huiswerk = ... ⦾ ?
de les bijwonen = ... ⦾ ?
wegblijven van school = ... ⦾ ?
de opleiding, de opvoeding = ... ⦾ ?
de peuterspeelplaats, het kinderdagverblijf = ... ⦾ ?
de school = ... ⦾ ?
naar school gaan = ... ⦾ ?
[het klaslokaal] (de klaslokalen) = ... ⦾ ?
de middelbare school, het instituut = ... ⦾ ?
de leerling (de leerlinge) = ... ⦾ ?
de student(e) = ... ⦾ ?
leren, studeren = ... ⦾ ?
de studie, het verslag = ... ⦾ ?
de studie, de opleiding = ... ⦾ ?
de docent(e) = ... ⦾ ?
het lesuur, de klas = ... ⦾ ?
"naar de les gaan -\"les volgen bij\"-" = ... ⦾ ?
"(aan)leren, onderwijzen -\"les geven in\"-" = ... ⦾ ?
uitleggen = ... ⦾ ?
schrijven = ... ⦾ ?
met de hand schrijven = ... ⦾ ?
de thema, het onderwerp = ... ⦾ ?
het voorbeeld = ... ⦾ ?
bijvoorbeeld (bijv.) = ... ⦾ ?
weten, kunnen = ... ⦾ ?
Frans beheersen = ... ⦾ ?
leren = ... ⦾ ?
(zich)herinneren = ... ⦾ ?
vergeten = ... ⦾ ?
iets vergeten = ... ⦾ ?
"het geheugen -\"iets uit het hoofd leren\"-" = ... ⦾ ?
toetsen = ... ⦾ ?
de toets, het examen = ... ⦾ ?
het huiswerk = ... ⦾ ?
de schriftelijke toets, de mondelinge toets = ... ⦾ ?
zaken voor een examen = ... ⦾ ?
slagen voor een examen = ... ⦾ ?
de toets, de test = ... ⦾ ?
het (school)cijfer = ... ⦾ ?
correct, juist = ... ⦾ ?
onjuist, onjuist = ... ⦾ ?
makkelijk = ... ⦾ ?
moeilijk = ... ⦾ ?
het potlood = ... ⦾ ?
de pen = ... ⦾ ?
het (vel) papier = ... ⦾ ?
de documenten = ... ⦾ ?
het vel (papier) = ... ⦾ ?
het schrift = ... ⦾ ?
het schrijfblok = ... ⦾ ?
het notitieboekje = ... ⦾ ?
het woordenboek = ... ⦾ ?
het woord = ... ⦾ ?
de zin = ... ⦾ ?
De taal = ... ⦾ ?
de grammatica = ... ⦾ ?
Wat? = ... ⦾ ?
hoeveel? = ... ⦾ ?
wanneer? = ... ⦾ ?
hoe? = ... ⦾ ?
waarom? = ... ⦾ ?
waar? = ... ⦾ ?
waarheen? = ... ⦾ ?
waar vandaan? = ... ⦾ ?
wie? = ... ⦾ ?
welke? = ... ⦾ ?

Klaar!