⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 5 - spaans toets - vwo 1

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Spaans
de televisie = ... ⦾ ?
de boekenkast = ... ⦾ ?
de trap = ... ⦾ ?
de telefoon = ... ⦾ ?
het bankstel = ... ⦾ ?
de leunstoel = ... ⦾ ?
de stoel = ... ⦾ ?
de verwarming = ... ⦾ ?
de meubels = ... ⦾ ?
de tafel = ... ⦾ ?
de lamp = ... ⦾ ?
de eetkamer = ... ⦾ ?
het schilderij = ... ⦾ ?
de open haard = ... ⦾ ?
de woonkamer = ... ⦾ ?
de vaatwasser = ... ⦾ ?
het aanrecht = ... ⦾ ?
de oven = ... ⦾ ?
de koelkast = ... ⦾ ?
de keuken = ... ⦾ ?
de kraan = ... ⦾ ?
de douche = ... ⦾ ?
de wastafel = ... ⦾ ?
het toilet = ... ⦾ ?
Het bad = ... ⦾ ?
de badkamer = ... ⦾ ?
het nachtkastje = ... ⦾ ?
de spiegel = ... ⦾ ?
het gordijn = ... ⦾ ?
het bed = ... ⦾ ?
de kast = ... ⦾ ?
het tapijt = ... ⦾ ?
de slaapkamer = ... ⦾ ?
Het bed bevindt zich naast de kledingkast = ... ⦾ ?
links van = ... ⦾ ?
rechts van = ... ⦾ ?
ver van = ... ⦾ ?
dichtbij = ... ⦾ ?
buiten = ... ⦾ ?
tegenover = ... ⦾ ?
in / op = ... ⦾ ?
tussen = ... ⦾ ?
onder(op) = ... ⦾ ?
bovenop = ... ⦾ ?
achter = ... ⦾ ?
voor = ... ⦾ ?
naast = ... ⦾ ?
De voorzetsels = ... ⦾ ?
er is / er zijn = ... ⦾ ?
zijn = ... ⦾ ?
wonen = ... ⦾ ?
slapen = ... ⦾ ?
zich bevinden = ... ⦾ ?
Werkwoorden = ... ⦾ ?

Klaar!