⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 12 -

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Vraag Antwoord
spinnenwebvlies (middelste hersenvlies) = ... ⦾ ?
stoornis in de gevoelswaarneming = = ... ⦾ ?
lange uitloper van neuron, geleidt de prikkel van cellichaam af = ... ⦾ ?
paardenstaart - spinale zenuwen die caudaal uit de medulla spinalis treden en via het ruggenmergkanaal lager naar de periferie lopen = ... ⦾ ?
kleine hersenen = ... ⦾ ?
grote hersenen = ... ⦾ ?
hersenbalk = ... ⦾ ?
(hersen) schors = ... ⦾ ?
korte uitloper van neuron, geleidt de prikkel naar cellichaam toe = ... ⦾ ?
harde hersenvlies (buitenste vlies) = ... ⦾ ?
ruimte buiten dura mater (ook in ruggenmergkanaal) = ... ⦾ ?
zenuwknop = ... ⦾ ?
steunweefsel van zenuwstelsel = ... ⦾ ?
helft van grote hersenen = ... ⦾ ?
zenuwen die rechtstreeks uit de hersenen naar/van de periferie gaan/komen = ... ⦾ ?
hersen- en ruggenmergvloeistof = ... ⦾ ?
verlengde merg = ... ⦾ ?
ruggenmerg = ... ⦾ ?
hersenvliezen = ... ⦾ ?
heesenvlies = ... ⦾ ?
activerende zenuwbaan; van de hersenen af = ... ⦾ ?
activerende zenuwbaan; van de hersenen af = ... ⦾ ?
isolerende laag om neuriet = ... ⦾ ?
isolerende laag om neuriet = ... ⦾ ?
zenuw = ... ⦾ ?
zenuw = ... ⦾ ?
tiende hersenzenuw behorend tot het autonome zenuwstelsel; reguleert o.a. het hartritme = ... ⦾ ?
tiende hersenzenuw behorend tot het autonome zenuwstelsel; reguleert o.a. het hartritme = ... ⦾ ?
lange uitloper van neuron (zenuwcel) = ... ⦾ ?
zenuwcel = ... ⦾ ?
deel van het autonome zenuwstelsel dat ontspanning teweegbrengt = ... ⦾ ?
zachte hersenvlies (binnenste vlies) = ... ⦾ ?
motorische, kruisende ruggenmergbaan = ... ⦾ ?
deel van de hersenstam = ... ⦾ ?
kloppen = ... ⦾ ?
dunne isolerende mantel rondom zenuwuitloper = ... ⦾ ?
gevoelszenuwbaan: naar de hersenen toe = ... ⦾ ?
de wervelkolom betreffende = ... ⦾ ?
deel van het autonome zenuwstelsel dat zorgt voor de mogelijkheid tot inspannen = ... ⦾ ?
schakelplaats tussen twee zenuwcellen of tussen een zenuw- en een spiercel = ... ⦾ ?
hersenstam = ... ⦾ ?
hersenstam = ... ⦾ ?
ruimte tussen hersenen waarin zich liquor cerebrospinalis bevindt (hersenkamer) = ... ⦾ ?
ruimte tussen hersenen waarin zich liquor cerebrospinalis bevindt (hersenkamer) = ... ⦾ ?
verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden etc te herkennen = ... ⦾ ?
verstoorde uitvoering van allerlei dagelijkse handelingen = ... ⦾ ?
coördinatiestoornis, vooral bij lopen = ... ⦾ ?
beroerte = ... ⦾ ?
op elkaar volgende spierkrampen bij een epileptische aanval = ... ⦾ ?
hersenschudding = ... ⦾ ?
hersenkneuzing = ... ⦾ ?
verlies van gevoel en fatsoen = ... ⦾ ?
verlies van hersenfuncties, zich uitend in o.a. geheugenstoornissen en denegratie van de persoonlijkheid = ... ⦾ ?
gestoorde articulatie; onvermogen woorden goed uit te spreken = ... ⦾ ?
hersenontsteking = ... ⦾ ?
vallende ziekte = ... ⦾ ?
tumor dat uitgaat van de gliacellen in het zenuwstelsel, met een doorgaans wijdvertakt ingroeipatroon = ... ⦾ ?
gedeelte halfzijdige verlamming = ... ⦾ ?
volledige halfzijdige verlamming = ... ⦾ ?
breuk in de tussenwervelschijf, waardoor de geleiachtige kern uitpuilt en er druk op de (sensibele) achterwortel ontstaat = ... ⦾ ?
waterhoofd = ... ⦾ ?
epileptische aanval = ... ⦾ ?
pijn in het verloop van de nervus ischiadicus door druk op de uittredeplaats uit het ruggenmerg = ... ⦾ ?
lagerugpijn = ... ⦾ ?
benigne gezwel van de meningen (hersenvliezen) = ... ⦾ ?
hersenvliesontsteking = ... ⦾ ?
abnormaal kleine schedel, gepaard gaande met zwakzinnigheid = ... ⦾ ?
chronische ziekte waarbij verhardingen optreden in de witte stof van het ruggenmerg en de hersenen = ... ⦾ ?
ontsteking van een zenuw = ... ⦾ ?
aantasting van een of meer perifere zenuwen = ... ⦾ ?
verlamming = ... ⦾ ?
verlamming = ... ⦾ ?
verlamming van beide zijden van het lichaam = ... ⦾ ?
verlamming van beide zijden van het lichaam = ... ⦾ ?
onvolledige verlamming met als gevolg spierzwakte = ... ⦾ ?
onvolledige verlamming met als gevolg spierzwakte = ... ⦾ ?
kinderverlamming = ... ⦾ ?
kinderverlamming = ... ⦾ ?
prikkeling door druk op de radix (zenuwwortel) waardoor pijn in het verloop van de spinale zenuw ontstaat = ... ⦾ ?
prikkeling door druk op de radix (zenuwwortel) waardoor pijn in het verloop van de spinale zenuw ontstaat = ... ⦾ ?
geheugenverlies voor gebeurtenissen die zich voorafgaand aan het ongeval hebben afgespeeld = ... ⦾ ?
geheugenverlies voor gebeurtenissen die zich voorafgaand aan het ongeval hebben afgespeeld = ... ⦾ ?
stijfheid = ... ⦾ ?
stijfheid = ... ⦾ ?
verharding = ... ⦾ ?
verharding = ... ⦾ ?
open rug = ... ⦾ ?
open rug = ... ⦾ ?
toestand met aanhoudende epileptische ontladingen zonder dat tussendoor het bewustzijn terugkeert = ... ⦾ ?
toestand met aanhoudende epileptische ontladingen zonder dat tussendoor het bewustzijn terugkeert = ... ⦾ ?
bloeding tussen arachnoidea en pia meter als gevolg van een trauma = ... ⦾ ?
bloeding tussen arachnoidea en pia meter als gevolg van een trauma = ... ⦾ ?
arteriële bloeding in de subarachnoïdale ruimte door een gebarsten aneurysma = ... ⦾ ?
arteriële bloeding in de subarachnoïdale ruimte door een gebarsten aneurysma = ... ⦾ ?
bloeding tussen de dura mater en arachnoidea = ... ⦾ ?
bloeding tussen de dura mater en arachnoidea = ... ⦾ ?
polyradiculoneuropathie, voorbijgaand, ontstekingsachtig beeld van motorische ruggenmergwortels met als gevolg o.a. spierverlammingen en andere uitvalsverschijnselen = ... ⦾ ?
polyradiculoneuropathie, voorbijgaand, ontstekingsachtig beeld van motorische ruggenmergwortels met als gevolg o.a. spierverlammingen en andere uitvalsverschijnselen = ... ⦾ ?
heftige spiersamentrekking tijdens een epileptische aanval = ... ⦾ ?
heftige spiersamentrekking tijdens een epileptische aanval = ... ⦾ ?
voorbijgaande vernauwing van een bloedvat in de hersenen waardoor kortdurend verschijnselen ontstaan als van een licht CVA = ... ⦾ ?
voorbijgaande vernauwing van een bloedvat in de hersenen waardoor kortdurend verschijnselen ontstaan als van een licht CVA = ... ⦾ ?
beven = ... ⦾ ?
beven = ... ⦾ ?
aandoening van de hersenen waarbij door ophopingen van een bepaald eiwit de hersencellen afsterven en de hersenfuncties achteruitgaan = ... ⦾ ?
aandoening van de hersenen waarbij door ophopingen van een bepaald eiwit de hersencellen afsterven en de hersenfuncties achteruitgaan = ... ⦾ ?
ziektebeeld veroorzaakt door degeneratie van hersencellen met kenmerkende symptomen zoals tremor en bewegings- en evenwichtsproblemen = ... ⦾ ?
ziektebeeld veroorzaakt door degeneratie van hersencellen met kenmerkende symptomen zoals tremor en bewegings- en evenwichtsproblemen = ... ⦾ ?

Klaar!