⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 2 - ma vie, ma santé - vwo 5

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Frans
de nare situatie = ... ⦾ ?
du temps m het rooster = ... ⦾ ?
vol = ... ⦾ ?
de spullen = ... ⦾ ?
hoog (van niveau) = ... ⦾ ?
het zitten blijven = ... ⦾ ?
bekennen, toegeven = ... ⦾ ?
zich schamen voor = ... ⦾ ?
maak je niet druk = ... ⦾ ?
zich laten ontmoedigen = ... ⦾ ?
ophangen = ... ⦾ ?
eruit komen = ... ⦾ ?
positief blijven = ... ⦾ ?
nauwelijks = ... ⦾ ?
de moeite = ... ⦾ ?
toch = ... ⦾ ?
begripvol = ... ⦾ ?
zich realiseren = ... ⦾ ?
het leren = ... ⦾ ?
(ver)eisen = ... ⦾ ?
het gemiddelde = ... ⦾ ?
gespannen = ... ⦾ ?
het slagen/succes = ... ⦾ ?
falen = ... ⦾ ?
de verwachting = ... ⦾ ?
toegankelijk = ... ⦾ ?
(ver/be)oordelen = ... ⦾ ?
beheren = ... ⦾ ?
tevreden stellen = ... ⦾ ?
slechts = ... ⦾ ?
terwijl = ... ⦾ ?
waarvandaan = ... ⦾ ?
het bereik = ... ⦾ ?
aangeven = ... ⦾ ?
de druk = ... ⦾ ?
le doute = ... ⦾ ?
l'exposé = ... ⦾ ?
avouer = ... ⦾ ?
redoubler = ... ⦾ ?
flipper = ... ⦾ ?
les gens = ... ⦾ ?
se confier à = ... ⦾ ?
s'en sortir = ... ⦾ ?
garder le moral = ... ⦾ ?
charge = ... ⦾ ?
l'emploi du temps = ... ⦾ ?
le but/l'objectif = ... ⦾ ?
l'attente = ... ⦾ ?
accessible = ... ⦾ ?
réussir = ... ⦾ ?
à tout prix = ... ⦾ ?
exiger = ... ⦾ ?
se reposer = ... ⦾ ?
plaire à = ... ⦾ ?
vivre = ... ⦾ ?
juger = ... ⦾ ?
ne … que = ... ⦾ ?
alors que = ... ⦾ ?
Lorsque je ressens du stress, je … = ... ⦾ ?
Pour faire face à …, je … = ... ⦾ ?
Ce que je ferais, c'est = ... ⦾ ?
Tu n'as qu'à = ... ⦾ ?
Je ne me force pas à = ... ⦾ ?
de tandarts = ... ⦾ ?
de verpleegkundige = ... ⦾ ?
de huisarts = ... ⦾ ?
de oogarts = ... ⦾ ?
de voorzorg = ... ⦾ ?
de (voorraad)kast = ... ⦾ ?
verstandig = ... ⦾ ?
voorkomen = ... ⦾ ?
ziek maken = ... ⦾ ?
het doktersbezoek = ... ⦾ ?
zodra = ... ⦾ ?
aangezien = ... ⦾ ?
in het bijzonder = ... ⦾ ?
(in)slikken = ... ⦾ ?
storen = ... ⦾ ?
beter worden, genezen = ... ⦾ ?
bijhouden = ... ⦾ ?
Mogelijk maken = ... ⦾ ?
het voedsel = ... ⦾ ?
zich voeden/eten = ... ⦾ ?
(aan)tonen = ... ⦾ ?
juist, precies = ... ⦾ ?
ontwikkeld = ... ⦾ ?
bevatten/inhouden = ... ⦾ ?
te midden, tussen = ... ⦾ ?
voorkomen = ... ⦾ ?
je hoeft alleen maar = ... ⦾ ?
het dieet = ... ⦾ ?
het hardlopen = ... ⦾ ?
het zonder doen = ... ⦾ ?
aansluiten/bijvoegen = ... ⦾ ?
meten = ... ⦾ ?
delen = ... ⦾ ?
aanmoedigen = ... ⦾ ?
le dentiste = ... ⦾ ?
l'infirmier (-ère) = ... ⦾ ?
le médecin généraliste = ... ⦾ ?
le pharmacien = ... ⦾ ?
le médicament = ... ⦾ ?
guérir = ... ⦾ ?
utiliser = ... ⦾ ?
La santé = ... ⦾ ?
malade = ... ⦾ ?
l'alimentation = ... ⦾ ?
souvent = ... ⦾ ?
le régime = ... ⦾ ?
sain = ... ⦾ ?
arrêter = ... ⦾ ?
consommer = ... ⦾ ?
le produit = ... ⦾ ?
aider = ... ⦾ ?
grâce à = ... ⦾ ?
s'amuser = ... ⦾ ?
suivre = ... ⦾ ?
partager = ... ⦾ ?
mesurer = ... ⦾ ?
faciliter = ... ⦾ ?
de maatregel = ... ⦾ ?
het middagdutje = ... ⦾ ?
de slaap = ... ⦾ ?
de (be)zorg(dheid) = ... ⦾ ?
streng = ... ⦾ ?
bestaan uit = ... ⦾ ?
naar verhouding = ... ⦾ ?
gelijktijdig = ... ⦾ ?
verbeteren = ... ⦾ ?
ontwikkelen = ... ⦾ ?
begeleiden = ... ⦾ ?
verhinderen = ... ⦾ ?
vermijden = ... ⦾ ?
overdrijven = ... ⦾ ?
het gewicht = ... ⦾ ?
wat betreft = ... ⦾ ?
af en toe = ... ⦾ ?
ten aanzien van = ... ⦾ ?
de hoogte = ... ⦾ ?
het pensioen = ... ⦾ ?
de opluchting = ... ⦾ ?
de wil = ... ⦾ ?
getuigen = ... ⦾ ?
daarvóór (tijd) = ... ⦾ ?
vervolgen = ... ⦾ ?
klaar/gereed = ... ⦾ ?
bewust maken = ... ⦾ ?
behalen = ... ⦾ ?
afstand doen van = ... ⦾ ?
overwinnen = ... ⦾ ?
vanwege = ... ⦾ ?
overigens = ... ⦾ ?
(nog) meer = ... ⦾ ?
afhankelijk van = ... ⦾ ?
omdat immers, aangezien = ... ⦾ ?
helemaal (correct) = ... ⦾ ?
le sommeil = ... ⦾ ?
strict = ... ⦾ ?
gras = ... ⦾ ?
l'habitude = ... ⦾ ?
bouger = ... ⦾ ?
suivre un régime = ... ⦾ ?
développer = ... ⦾ ?
exagérer = ... ⦾ ?
améliorer = ... ⦾ ?
éviter = ... ⦾ ?
de temps à autre = ... ⦾ ?
se détendre = ... ⦾ ?
le championnat = ... ⦾ ?
remporter = ... ⦾ ?
poursuivre = ... ⦾ ?
surmonter = ... ⦾ ?
davantage = ... ⦾ ?
Le projet = ... ⦾ ?
puisque = ... ⦾ ?
en effet = ... ⦾ ?
tout à fait = ... ⦾ ?
à cause de = ... ⦾ ?
la chute = ... ⦾ ?
le saut = ... ⦾ ?

Klaar!