⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 29 en 30 - vwo 5

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Engels
spectator = ... ⦾ ?
to cancel / to call of = ... ⦾ ?
to deserve = ... ⦾ ?
to beat = ... ⦾ ?
to defeat = ... ⦾ ?
defeat = ... ⦾ ?
win / victory = ... ⦾ ?
draw = ... ⦾ ?
to replace = ... ⦾ ?
to support = ... ⦾ ?
to promote = ... ⦾ ?
pitch = ... ⦾ ?
artificial = ... ⦾ ?
to go in for = ... ⦾ ?
exhausted / worn out = ... ⦾ ?
to exchange = ... ⦾ ?
to challenge = ... ⦾ ?
challenge = ... ⦾ ?
event = ... ⦾ ?
event (2) = ... ⦾ ?
to lag behind = ... ⦾ ?
to cheer = ... ⦾ ?
referee = ... ⦾ ?
abusive language / foul language = ... ⦾ ?
to swear at = ... ⦾ ?
to eliminate = ... ⦾ ?
(im)partial = ... ⦾ ?
(im)partiality = ... ⦾ ?
honourable = ... ⦾ ?
highlight = ... ⦾ ?
league = ... ⦾ ?
to keep to / to stick to = ... ⦾ ?
to comply with / to observe = ... ⦾ ?
fair = ... ⦾ ?
substitute = ... ⦾ ?
match = ... ⦾ ?
association = ... ⦾ ?
advantage = ... ⦾ ?
disadvantage / drawback = ... ⦾ ?
entry = ... ⦾ ?
in favour of = ... ⦾ ?
endurance / stamina = ... ⦾ ?
to disqualify = ... ⦾ ?
facility = ... ⦾ ?
agreement = ... ⦾ ?
to perform = ... ⦾ ?
performance = ... ⦾ ?
exercise = ... ⦾ ?
to exercise = ... ⦾ ?
to benefit = ... ⦾ ?
tournament = ... ⦾ ?
runner-up = ... ⦾ ?
to manage to = ... ⦾ ?
to succeed in = ... ⦾ ?
keen = ... ⦾ ?
contest = ... ⦾ ?
achievement = ... ⦾ ?
to achieve = ... ⦾ ?
to intervene = ... ⦾ ?

Klaar!