⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - !*! 121-133 !*! - vwo 5

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
hoger (dan) = ... ⦾ ?
beter (dan) (2e) = ... ⦾ ?
overmacht / superioriteit = ... ⦾ ?
hamsteren / inslaan = ... ⦾ ?
voorraad = ... ⦾ ?
teveel / overvloed = ... ⦾ ?
overmatig / te veel = ... ⦾ ?
boven = ... ⦾ ?
vergroten = ... ⦾ ?
rantsoen = ... ⦾ ?
rantsoeneren = ... ⦾ ?
zelfstandig = ... ⦾ ?
hoogte / mate = ... ⦾ ?
heel klein = ... ⦾ ?
grens = ... ⦾ ?
voorraad (2e) = ... ⦾ ?
enige = ... ⦾ ?
alleen = ... ⦾ ?
slechts = ... ⦾ ?
breedte = ... ⦾ ?
lengte = ... ⦾ ?
dichtbevolkt = ... ⦾ ?
opsommen = ... ⦾ ?
zich ophopen = ... ⦾ ?
groot aantal / menigte = ... ⦾ ?
plotselinge stijging = ... ⦾ ?
overtreffen = ... ⦾ ?
overheersen / heersen = ... ⦾ ?
leegte = ... ⦾ ?
samenvallen = ... ⦾ ?
puur / louter = ... ⦾ ?
ochtendschemering = ... ⦾ ?
doordringen tot = ... ⦾ ?
avondschemering = ... ⦾ ?
schemering = ... ⦾ ?
eerstgenoemde = ... ⦾ ?
dadelijk / weldra = ... ⦾ ?
gebruikelijk = ... ⦾ ?
volwassen = ... ⦾ ?
duurzaamheid = ... ⦾ ?
levensduur = ... ⦾ ?
aanvankelijk / eerst = ... ⦾ ?
voor = ... ⦾ ?
altijd / steeds = ... ⦾ ?
zich voordoen = ... ⦾ ?
bloei = ... ⦾ ?
kort = ... ⦾ ?
veertien dagen = ... ⦾ ?
bloeiperiode / hoogtepunt = ... ⦾ ?
gebruikmaken van = ... ⦾ ?
vlot / direct = ... ⦾ ?
tijdsverloop = ... ⦾ ?
voorbijgaan / verstrijken = ... ⦾ ?
onophoudelijk = ... ⦾ ?
onophoudelijk (2e) = ... ⦾ ?
vlak na = ... ⦾ ?
avondklok = ... ⦾ ?
later / volgend = ... ⦾ ?
eindeloos = ... ⦾ ?
vertragen = ... ⦾ ?
zwakbegaafd = ... ⦾ ?
opvolging = ... ⦾ ?
wat ... betreft = ... ⦾ ?
uitlopen op / eindigen in = ... ⦾ ?
dierenriem = ... ⦾ ?
schorsen = ... ⦾ ?
vaak bezoeken = ... ⦾ ?
hoogtepunt = ... ⦾ ?
te zijner tijd = ... ⦾ ?
tot nu toe = ... ⦾ ?
in ieder geval = ... ⦾ ?
vroegrijp = ... ⦾ ?
nog eens bekijken = ... ⦾ ?
begin = ... ⦾ ?
ouder worden = ... ⦾ ?
uitstellen = ... ⦾ ?
versnellen = ... ⦾ ?
doorzetten = ... ⦾ ?
doorzettingsvermogen = ... ⦾ ?
aanhoudend = ... ⦾ ?
nabij / dreigend = ... ⦾ ?
achterstand = ... ⦾ ?
nieuwsgierig = ... ⦾ ?
slim = ... ⦾ ?
rijk = ... ⦾ ?
fantasierijk = ... ⦾ ?
begrijpen = ... ⦾ ?
(on)begrijpelijk = ... ⦾ ?
begrip = ... ⦾ ?
herkenning = ... ⦾ ?
veronderstellen / denken = ... ⦾ ?
merken = ... ⦾ ?
opmerkelijk = ... ⦾ ?
vastberadenheid = ... ⦾ ?
herinneringen = ... ⦾ ?
idee / notie = ... ⦾ ?
verbeelding / fantasie = ... ⦾ ?
zich verbeelden = ... ⦾ ?
zin hebben in (2e) = ... ⦾ ?
essentie / belangrijkste = ... ⦾ ?
verstand = ... ⦾ ?
aannemelijk / plausibel = ... ⦾ ?
bekijken = ... ⦾ ?
letten op = ... ⦾ ?
stellen / betogen = ... ⦾ ?
zich voorstellen / zien = ... ⦾ ?
unaniem = ... ⦾ ?
betrouwbaar = ... ⦾ ?
oplossen = ... ⦾ ?
besluiten (2e) = ... ⦾ ?
voornemen / besluit = ... ⦾ ?
zich houden aan = ... ⦾ ?
in beslag genomen / verdiept = ... ⦾ ?
bezigheid = ... ⦾ ?
geneigd = ... ⦾ ?
star / onbuigzaam = ... ⦾ ?
nadenken = ... ⦾ ?
wonderkind = ... ⦾ ?
niets weten van = ... ⦾ ?
onwetendheid = ... ⦾ ?
zich vergissen = ... ⦾ ?
onjuist = ... ⦾ ?
heftig = ... ⦾ ?
instemmen met = ... ⦾ ?
bedenken = ... ⦾ ?
denkbaar = ... ⦾ ?
misvatting = ... ⦾ ?
ontroostbaar = ... ⦾ ?
onderschrijven = ... ⦾ ?
streven naar = ... ⦾ ?
streven / aspiratie = ... ⦾ ?
vroom = ... ⦾ ?
eerbied / vroomheid = ... ⦾ ?
zaak = ... ⦾ ?
erkenning = ... ⦾ ?
zich bekeren tot = ... ⦾ ?
bekering = ... ⦾ ?
bekeerling = ... ⦾ ?
voorwenden / doen alsof = ... ⦾ ?
dwaasheid = ... ⦾ ?
bedrog = ... ⦾ ?
verdriet / ellende = ... ⦾ ?
afraden = ... ⦾ ?
onheilspellend = ... ⦾ ?
overtuigend = ... ⦾ ?
animo / enthousiasme = ... ⦾ ?
belachelijk = ... ⦾ ?
aandringen op = ... ⦾ ?
aandrang = ... ⦾ ?
overwegen = ... ⦾ ?
ontgaan = ... ⦾ ?
ongrijpbaar = ... ⦾ ?
nauwgezet = ... ⦾ ?
onderzoeken = ... ⦾ ?
onderzoek = ... ⦾ ?
onderwerpen aan = ... ⦾ ?
voornamelijk / hoofdzakelijk = ... ⦾ ?
besluiten = ... ⦾ ?
vertrouwen op = ... ⦾ ?
betrouwbaar = ... ⦾ ?
betrouwbaar (2e) = ... ⦾ ?
aanzetten tot = ... ⦾ ?
radeloos = ... ⦾ ?
ketterij = ... ⦾ ?
ketter = ... ⦾ ?
het oneens zijn met = ... ⦾ ?
rechtstreeks = ... ⦾ ?
oproepen = ... ⦾ ?
concluderen = ... ⦾ ?
conclusie = ... ⦾ ?
streven (naar) = ... ⦾ ?
veronderstelling = ... ⦾ ?
misleiden / bedriegen = ... ⦾ ?
misvatting = ... ⦾ ?
zich voorstellen = ... ⦾ ?
flauw vermoeden = ... ⦾ ?
grens = ... ⦾ ?
verstand = ... ⦾ ?
(on)verklaarbaar = ... ⦾ ?
misvatting = ... ⦾ ?
plechtige belofte = ... ⦾ ?
zweren / plechtig beloven = ... ⦾ ?
belofte = ... ⦾ ?
beloven = ... ⦾ ?
vindingrijk = ... ⦾ ?
oppervlakkig = ... ⦾ ?
gewetensbezwaren = ... ⦾ ?
gewetensvol / eerlijk = ... ⦾ ?
gewetenloos = ... ⦾ ?
onverzettelijk = ... ⦾ ?
verzinnen = ... ⦾ ?
herroepen / intrekken = ... ⦾ ?
onherroepelijk = ... ⦾ ?
vurig = ... ⦾ ?
goedgelovig = ... ⦾ ?
twijfels = ... ⦾ ?
berusten in = ... ⦾ ?
berusting = ... ⦾ ?
misgunnen = ... ⦾ ?
afdoen / wegwuiven = ... ⦾ ?
gegrond = ... ⦾ ?
verachten = ... ⦾ ?
verachtelijk = ... ⦾ ?
ongerust = ... ⦾ ?
ongerustheid = ... ⦾ ?
gril / opwelling = ... ⦾ ?
toegeven aan = ... ⦾ ?
vriendelijk = ... ⦾ ?
afschuwelijk = ... ⦾ ?
gehecht aan = ... ⦾ ?
zich druk maken = ... ⦾ ?
terugdeinzen voor = ... ⦾ ?
ernstig = ... ⦾ ?
afschuwelijk (2e) = ... ⦾ ?
waarderen = ... ⦾ ?
zelfrespect = ... ⦾ ?
verafschuwen = ... ⦾ ?
afschuwelijk (3e) = ... ⦾ ?
verafschuwen (2e) = ... ⦾ ?
afkeer = ... ⦾ ?
afkerig van = ... ⦾ ?
erg boos zijn over = ... ⦾ ?
wrok = ... ⦾ ?
laten schrikken = ... ⦾ ?
wonder = ... ⦾ ?
prachtig / schitterend = ... ⦾ ?
somberheid = ... ⦾ ?
somber = ... ⦾ ?
bezorgd = ... ⦾ ?
verlangend = ... ⦾ ?
bezorgdheid = ... ⦾ ?
zich verheugen = ... ⦾ ?
onderdrukken, bedwingen / onderdrukken / bedwingen = ... ⦾ ?
accepteren = ... ⦾ ?
raken = ... ⦾ ?
beïnvloeden = ... ⦾ ?
deprimeren = ... ⦾ ?
voor de grap = ... ⦾ ?
achtervolgen = ... ⦾ ?
spookhuis = ... ⦾ ?
ontzag, vrees / ontzag / vrees = ... ⦾ ?
met stomheid geslagen = ... ⦾ ?
opwinden = ... ⦾ ?
verwijten = ... ⦾ ?
kunnen opschieten met = ... ⦾ ?
erg blij = ... ⦾ ?
beheersen, bedwingen / beheersen / bedwingen = ... ⦾ ?
beheersing = ... ⦾ ?
onverschilligheid, desinteresse / onverschilligheid / desinteresse = ... ⦾ ?
ellendig = ... ⦾ ?
stralend = ... ⦾ ?
wreken = ... ⦾ ?
wraak = ... ⦾ ?
grillig = ... ⦾ ?
meedogenloos = ... ⦾ ?
smachten naar = ... ⦾ ?
grote angst = ... ⦾ ?
moeilijke situatie = ... ⦾ ?
verbitterd = ... ⦾ ?
liefdevol, teder / liefdevol / teder = ... ⦾ ?
smeken = ... ⦾ ?
onderdompelen = ... ⦾ ?
ziekelijk, morbide / ziekelijk / morbide = ... ⦾ ?
betreuren = ... ⦾ ?
zeer slecht, deplorabel / zeer slecht / deplorabel = ... ⦾ ?
verdraagzaam, tolerant / verdraagzaam / tolerant = ... ⦾ ?
ontzetting, afschuw / ontzetting / afschuw = ... ⦾ ?
zielig = ... ⦾ ?
opluchting = ... ⦾ ?
smakeloos = ... ⦾ ?
erbarmelijk, beklagenswaardig / erbarmelijk / beklagenswaardig = ... ⦾ ?
rekening houden met = ... ⦾ ?
toorn = ... ⦾ ?
bewaren = ... ⦾ ?
belachelijk, absurd / belachelijk / absurd = ... ⦾ ?
opwelling, golf / opwelling / golf = ... ⦾ ?
opwindend = ... ⦾ ?
prikkelbaar = ... ⦾ ?
aanwakkeren = ... ⦾ ?
wederzijds = ... ⦾ ?
kieskeurig = ... ⦾ ?
schitterend = ... ⦾ ?
bewaren, koesteren / bewaren / koesteren = ... ⦾ ?
stadswijk = ... ⦾ ?
uit elkaar gaan = ... ⦾ ?
afstamming = ... ⦾ ?
voorouderlijk = ... ⦾ ?
foutje = ... ⦾ ?
in de mode = ... ⦾ ?
opvallend = ... ⦾ ?
kledingstuk = ... ⦾ ?
passend = ... ⦾ ?
begrafenisondernemer = ... ⦾ ?
hebzucht = ... ⦾ ?
hebzuchtig = ... ⦾ ?
gulzig = ... ⦾ ?
duidelijk = ... ⦾ ?
bijna = ... ⦾ ?
voortreffelijk = ... ⦾ ?
in geen geval = ... ⦾ ?
terwijl = ... ⦾ ?
riool = ... ⦾ ?
rioolwater = ... ⦾ ?
rustig wandelen = ... ⦾ ?
brand, vuurzee / brand / vuurzee = ... ⦾ ?
in brand = ... ⦾ ?
onderdrukken = ... ⦾ ?
gangpad = ... ⦾ ?
onderhevig aan = ... ⦾ ?
afhankelijk van = ... ⦾ ?
doolhof = ... ⦾ ?
verspreiden = ... ⦾ ?
ontdekken = ... ⦾ ?
zich aanpassen = ... ⦾ ?
zich aanpassen aan = ... ⦾ ?
aanpassing = ... ⦾ ?
aanpassing aan = ... ⦾ ?
ridder = ... ⦾ ?
teruggeven = ... ⦾ ?
teruggave = ... ⦾ ?
verbruiken = ... ⦾ ?
mits, op voorwaarde dat / mits / op voorwaarde dat = ... ⦾ ?
mits, op voorwaarde dat / mits / op voorwaarde dat = ... ⦾ ?
regionaal = ... ⦾ ?
achterblijven, treuzelen / achterblijven / treuzelen = ... ⦾ ?
voorschieten = ... ⦾ ?
Hemelvaartsdag = ... ⦾ ?
ongeacht = ... ⦾ ?
ongeacht = ... ⦾ ?
vernietigen = ... ⦾ ?
vloek = ... ⦾ ?
aansporen = ... ⦾ ?
oprichten = ... ⦾ ?
onvruchtbaar = ... ⦾ ?
wonen = ... ⦾ ?
bestaan van = ... ⦾ ?
bestaan = ... ⦾ ?
(water)damp / damp / waterdamp = ... ⦾ ?
ongunstig = ... ⦾ ?
ondanks = ... ⦾ ?
woeden, tekeergaan / woeden / tekeergaan = ... ⦾ ?
bederven = ... ⦾ ?
bederven = ... ⦾ ?
tevoorschijn komen = ... ⦾ ?
vreemd aan, strijdig met / vreemd aan / strijdig met = ... ⦾ ?
overheersing = ... ⦾ ?
zich aanpassen = ... ⦾ ?
zich aanpassen aan = ... ⦾ ?
ambtenaar van de burgerlijke stand = ... ⦾ ?
voorvechter = ... ⦾ ?
kraam = ... ⦾ ?
kraam = ... ⦾ ?
boodschap = ... ⦾ ?
losmaken = ... ⦾ ?
nieuw = ... ⦾ ?
ondergeschikte = ... ⦾ ?
redding = ... ⦾ ?
in aanmerking komen = ... ⦾ ?
stakingspost = ... ⦾ ?
bepalen = ... ⦾ ?
bepaling = ... ⦾ ?
voortkomen uit = ... ⦾ ?
opleggen = ... ⦾ ?
ertoe brengen = ... ⦾ ?
armoede = ... ⦾ ?
zien, waarnemen / zien / waarnemen = ... ⦾ ?
merkbaar = ... ⦾ ?
onmerkbaar = ... ⦾ ?
beeld = ... ⦾ ?
geloof, godsdienst / geloof / godsdienst = ... ⦾ ?
insectenwerend middel = ... ⦾ ?

Klaar!