⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - 116 t/m 121 - vwo 6

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
beroven van = ... ⦾ ?
ontberingen = ... ⦾ ?
zich terugtrekken = ... ⦾ ?
aanval = ... ⦾ ?
vijand = ... ⦾ ?
explosie = ... ⦾ ?
(stout)moedig = ... ⦾ ?
lafheid = ... ⦾ ?
zich onderwerpen aan = ... ⦾ ?
zinloos = ... ⦾ ?
(voor)bestemmen = ... ⦾ ?
gelijk aan = ... ⦾ ?
afslaan, afstoten = ... ⦾ ?
overwinnaar = ... ⦾ ?
opstand = ... ⦾ ?
zich inschepen = ... ⦾ ?
inscheping = ... ⦾ ?
beginnen aan = ... ⦾ ?
ontschepen = ... ⦾ ?
gedoemd = ... ⦾ ?
ondergang = ... ⦾ ?
aanvallen = ... ⦾ ?
wraak nemen, terugslaan = ... ⦾ ?
belegeren = ... ⦾ ?
belegering = ... ⦾ ?
voorhoede = ... ⦾ ?
achterhoede = ... ⦾ ?
gruweldaad = ... ⦾ ?
arm maken = ... ⦾ ?
onoverwinnelijk = ... ⦾ ?
invoeren = ... ⦾ ?
telegram = ... ⦾ ?
telegram = ... ⦾ ?
peilen = ... ⦾ ?
in diskrediet brengen = ... ⦾ ?
richten (aan) = ... ⦾ ?
aangeven = ... ⦾ ?
uitdrukken = ... ⦾ ?
kwartaaltijdschrift = ... ⦾ ?
rectificeren, verbeteren = ... ⦾ ?
afleiden = ... ⦾ ?
machtig, sterk = ... ⦾ ?
zenden = ... ⦾ ?
benadrukken = ... ⦾ ?
opjagen, belagen = ... ⦾ ?
gevolg = ... ⦾ ?
uitgeven = ... ⦾ ?
verdergaan = ... ⦾ ?
concluderen = ... ⦾ ?
opmerken, zien = ... ⦾ ?
verklaren = ... ⦾ ?
uitdrukken, overbrengen = ... ⦾ ?
betekenen, neerkomen op = ... ⦾ ?
ontwijken = ... ⦾ ?
ontwijkend = ... ⦾ ?
belangrijkste = ... ⦾ ?
instructies geven aan = ... ⦾ ?
instructiebijeenkomst = ... ⦾ ?
manier = ... ⦾ ?
verzenden = ... ⦾ ?
werkloos = ... ⦾ ?
ontslaan = ... ⦾ ?
bereiken = ... ⦾ ?
talentvol, bekwaam = ... ⦾ ?
samenwerken = ... ⦾ ?
bepaling = ... ⦾ ?
toeschrijven aan = ... ⦾ ?
ruimte = ... ⦾ ?
kiezen = ... ⦾ ?
kiezen om iets niet te doen = ... ⦾ ?
ambacht, handvaardigheid = ... ⦾ ?
ijver, toewijding = ... ⦾ ?
gretig, ijverig = ... ⦾ ?
onderdeel = ... ⦾ ?
volhouden = ... ⦾ ?
langdurig = ... ⦾ ?
kern = ... ⦾ ?
personeel = ... ⦾ ?
ontslag aanzeggen, ontslaan = ... ⦾ ?
zich onttrekken aan = ... ⦾ ?
hervatten = ... ⦾ ?
op zich nemen = ... ⦾ ?
onzeker = ... ⦾ ?
een beroep doen op = ... ⦾ ?
beroep, dringend verzoek = ... ⦾ ?
grief, klacht = ... ⦾ ?
somber = ... ⦾ ?
krijgen = ... ⦾ ?
winst = ... ⦾ ?
geldautomaat = ... ⦾ ?
portefeuille = ... ⦾ ?
opleveren = ... ⦾ ?
koopman = ... ⦾ ?
koopwaar = ... ⦾ ?
aktetas = ... ⦾ ?
regeling = ... ⦾ ?
noodzakelijke voorwaarde = ... ⦾ ?
bloeien = ... ⦾ ?
versterken = ... ⦾ ?
handelswaar = ... ⦾ ?
machtigen = ... ⦾ ?
magnaat = ... ⦾ ?
uitoefenen = ... ⦾ ?
regelen = ... ⦾ ?
pand, gebouw = ... ⦾ ?
inkomsten = ... ⦾ ?
in verband staan met = ... ⦾ ?
rijk, welvarend = ... ⦾ ?
rijkdom, weelde = ... ⦾ ?
bedragen = ... ⦾ ?
verschuldigd = ... ⦾ ?
uitgaven = ... ⦾ ?
geld, fondsen = ... ⦾ ?
zorgen voor = ... ⦾ ?
voorziening, maatregel = ... ⦾ ?
proviand = ... ⦾ ?
(slechte) toestand = ... ⦾ ?
met het oog op = ... ⦾ ?
kleinigheid = ... ⦾ ?
onbelangrijk = ... ⦾ ?
volop / ruim = ... ⦾ ?
gebrek = ... ⦾ ?
onvoldoende / gebrekkig = ... ⦾ ?
in overvloed voorkomen = ... ⦾ ?
overvloed = ... ⦾ ?
overvloedig = ... ⦾ ?
volpropen = ... ⦾ ?
zwaartekracht = ... ⦾ ?
deel = ... ⦾ ?
onevenredig = ... ⦾ ?
ontelbaar = ... ⦾ ?
verval = ... ⦾ ?
flink = ... ⦾ ?
snelheid = ... ⦾ ?
van onschatbare waarde = ... ⦾ ?
overtreffen = ... ⦾ ?
verhogen = ... ⦾ ?
liggen tussen = ... ⦾ ?
bomvol = ... ⦾ ?
enorm = ... ⦾ ?
lager (dan) = ... ⦾ ?
minder / slechter = ... ⦾ ?
minderwaardigheid = ... ⦾ ?
lauw = ... ⦾ ?
vormen = ... ⦾ ?
hoger (dan) = ... ⦾ ?
beter (dan) = ... ⦾ ?
overmacht, superioriteit = ... ⦾ ?
hamsteren, inslaan = ... ⦾ ?
voorraad = ... ⦾ ?
teveel, overvloed = ... ⦾ ?
overmatig, te veel = ... ⦾ ?
boven = ... ⦾ ?
vergroten = ... ⦾ ?
rantsoen = ... ⦾ ?
rantsoeneren = ... ⦾ ?
zelfstandig = ... ⦾ ?
hoogte, mate = ... ⦾ ?
heel klein = ... ⦾ ?
grens = ... ⦾ ?
voorraad = ... ⦾ ?
enige = ... ⦾ ?
alleen = ... ⦾ ?
slechts = ... ⦾ ?
breedte = ... ⦾ ?
lengte = ... ⦾ ?
dichtbevolkt = ... ⦾ ?
opsommen = ... ⦾ ?
zich ophopen = ... ⦾ ?
groot aantal, menigte = ... ⦾ ?
plotselinge stijging = ... ⦾ ?
(over)heersen = ... ⦾ ?
leegte = ... ⦾ ?

Klaar!