⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 4 - 12 clothes 1 - havo/vwo 3

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
mode = ... ⦾ ?
ouderwets = ... ⦾ ?
dragen (van kleding / bril) = ... ⦾ ?
dragen (in de hand) = ... ⦾ ?
rok = ... ⦾ ?
stropdas = ... ⦾ ?
uitdoen = ... ⦾ ?
aandoen = ... ⦾ ?
zich aankleden = ... ⦾ ?
jurk = ... ⦾ ?
passen = ... ⦾ ?
vuil = ... ⦾ ?
zich omkleden = ... ⦾ ?
pantoffel = ... ⦾ ?
versleten = ... ⦾ ?
laars, hoge schoen = ... ⦾ ?
poetsen = ... ⦾ ?
handschoen = ... ⦾ ?
goed staan = ... ⦾ ?
boord = ... ⦾ ?
kleermaker = ... ⦾ ?
ondergoed = ... ⦾ ?
slipje = ... ⦾ ?
bh = ... ⦾ ?
hemd = ... ⦾ ?
onderbroek = ... ⦾ ?
opvallend = ... ⦾ ?
embleem, insigne = ... ⦾ ?
keurig, chic = ... ⦾ ?

Klaar!