⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Basiswoordenlijst 2 boni 1-118 - vwo 5

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
een middel = ... ⦾ ?
excuus, pleidooi = ... ⦾ ?
in overeenstemming met = ... ⦾ ?
aanwinst = ... ⦾ ?
echt = ... ⦾ ?
hulp = ... ⦾ ?
vreemdeling = ... ⦾ ?
steeg = ... ⦾ ?
bondgenoot = ... ⦾ ?
slecht = ... ⦾ ?
blindedarm = ... ⦾ ?
sollicitatie = ... ⦾ ?
nagaan = ... ⦾ ?
samenkomen = ... ⦾ ?
veronderstelling = ... ⦾ ?
gruwelijk = ... ⦾ ?
voorbij = ... ⦾ ?
zeker = ... ⦾ ?
grens = ... ⦾ ?
vlot = ... ⦾ ?
betrokkenheid, verplichting = ... ⦾ ?
artikel = ... ⦾ ?
medelijden = ... ⦾ ?
verzamelen = ... ⦾ ?
bekroning = ... ⦾ ?
uiterlijk = ... ⦾ ?
gehoorzamen = ... ⦾ ?
verplichting = ... ⦾ ?
inkorten = ... ⦾ ?
beperken = ... ⦾ ?
bevestigen = ... ⦾ ?
zich aanpassen = ... ⦾ ?
instemming = ... ⦾ ?
afhangen van = ... ⦾ ?
consequent = ... ⦾ ?
opvallend = ... ⦾ ?
consument = ... ⦾ ?
besmettelijk = ... ⦾ ?
besmetten = ... ⦾ ?
geschikt = ... ⦾ ?
huidig = ... ⦾ ?
belastend = ... ⦾ ?
verval = ... ⦾ ?
toewijden = ... ⦾ ?
afleiden = ... ⦾ ?
aanhouden = ... ⦾ ?
verminderen = ... ⦾ ?
zich ontdoen van = ... ⦾ ?
bereid = ... ⦾ ?
weerleggen = ... ⦾ ?
verstoren = ... ⦾ ?
een beroep doen op = ... ⦾ ?
dubieus = ... ⦾ ?
uitlokken = ... ⦾ ?
geschikt = ... ⦾ ?
belichamen = ... ⦾ ?
omarmen = ... ⦾ ?
benadrukken = ... ⦾ ?
opdringen = ... ⦾ ?
beamen = ... ⦾ ?
doorstaan = ... ⦾ ?
afdwingen = ... ⦾ ?
versterken = ... ⦾ ?
vermaken = ... ⦾ ?
vaststellen = ... ⦾ ?
schatten = ... ⦾ ?
beoordelen = ... ⦾ ?
buitensporig = ... ⦾ ?
bestaan = ... ⦾ ?
structuur = ... ⦾ ?
vergemakelijken = ... ⦾ ?
vastmaken = ... ⦾ ?
vrouwelijke manier van doen = ... ⦾ ?
verspeeld = ... ⦾ ?
beschermd door = ... ⦾ ?
dol = ... ⦾ ?
opwekken = ... ⦾ ?
ernstige = ... ⦾ ?
haven = ... ⦾ ?
gevaarlijk = ... ⦾ ?
reusachtig = ... ⦾ ?
identificeren = ... ⦾ ?
verlicht = ... ⦾ ?
onfatsoenlijk = ... ⦾ ?
invloed = ... ⦾ ?
noodzakelijk = ... ⦾ ?
impliciet = ... ⦾ ?
in verband met = ... ⦾ ?
in welk opzicht = ... ⦾ ?
eetbaar = ... ⦾ ?
onbeschaafd = ... ⦾ ?
aanwijzen = ... ⦾ ?
onmisbaar = ... ⦾ ?
conclusies trekken = ... ⦾ ?
ingenieus = ... ⦾ ?
eigen aan = ... ⦾ ?
geremd = ... ⦾ ?
verwonden = ... ⦾ ?
eisen = ... ⦾ ?
gebrek = ... ⦾ ?
soepel = ... ⦾ ?
grootte = ... ⦾ ?
duidelijk maken = ... ⦾ ?
bedreiging = ... ⦾ ?
genadig = ... ⦾ ?
slechts = ... ⦾ ?
fabriek = ... ⦾ ?
pech = ... ⦾ ?
aanpassen = ... ⦾ ?
vochtig = ... ⦾ ?
spier = ... ⦾ ?
bijeenkomen = ... ⦾ ?
wederzijds = ... ⦾ ?
concept = ... ⦾ ?
opvoeden = ... ⦾ ?
bemachtigen = ... ⦾ ?

Klaar!