⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 6 - lesson 1 - 3

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
terugkomen / kwam terug / teruggekomen = ... ⦾ ?
de winkel sluiten / sloot / gesloten = ... ⦾ ?
koelkast = ... ⦾ ?
op slot doen, afsluiten = ... ⦾ ?
daar, omdat = ... ⦾ ?
crimineel, misdadig = ... ⦾ ?
activiteit = ... ⦾ ?
misdaad = ... ⦾ ?
moord = ... ⦾ ?
in de eerste plaats = ... ⦾ ?
beveiligingspersoneel = ... ⦾ ?
geweldpleging = ... ⦾ ?
vandalisme = ... ⦾ ?
zakkenroller = ... ⦾ ?
fraude = ... ⦾ ?
vooral, voornamelijk = ... ⦾ ?
creditcard = ... ⦾ ?
identiteit, persoonsgegevens = ... ⦾ ?
identiteitsbewijs = ... ⦾ ?
rover = ... ⦾ ?
parttime = ... ⦾ ?
beveiligingsadviseur = ... ⦾ ?
winkelier = ... ⦾ ?
winkeldiefstal = ... ⦾ ?
laten vallen = ... ⦾ ?
verscheidene, een paar = ... ⦾ ?
scheermesje = ... ⦾ ?
overtreding = ... ⦾ ?
schuldig = ... ⦾ ?
ervan afkomen, wegkomen met / kwam weg / weggekomen = ... ⦾ ?
jasje = ... ⦾ ?
langskomen = ... ⦾ ?
voorbijkomen = ... ⦾ ?
sukkel = ... ⦾ ?
beroven = ... ⦾ ?
stelen uit winkels, winkeldiefstallen plegen = ... ⦾ ?
detective = ... ⦾ ?
patrouilleren, de ronde doen = ... ⦾ ?
beveiligingscamera = ... ⦾ ?
overtreder = ... ⦾ ?
toiletartikelen = ... ⦾ ?

Klaar!