1-4
Bij methode ZugSpitze 1 aangemaakt op 29-09-2026 door Nasser en inmiddels 7 keer bekeken.
Leerjaar: 1
Niveau: vmbo-t
Vragen
blauw = blau bruin = braun geel = gelb grijs = grau groen = grün paars = lila oranje = orange roze = rosa rood = rot zwart = schwarz wit = weiß nul = null een = eins twee = zwei drie = drei vier = vier vijf = fünf zes = sechs zeven = sieben acht = acht negen = neun tien = zehn elf = elf twaalf = zwölf dertien = dreizehn veertien = vierzehn vijftien = fünfzehn zestien = sechzehn zeventien = siebzehn achttien = achtzehn negentien = neunzehn twintig = zwanzig maar = aber ook = auch de broer = der Bruder ze zus = die Schwester de opa = der Opa de grootvader = der Großvater de oma = die Oma de grootmoeder = die Großmutter de jongen = der Junge het meisje = das Mädchen de man = der Mann de vrouw = die Frau de oom = der Onkel de tante = die Tante de zoon = der Sohn de dochter = die Tochter de vader = der Vater de moeder = die Mutter de ouders = die Eltern de grootouders = die Großeltern de familie, het gezin = die Familie heten = Heißen ik heet = ich heiße ja = ja het kind = das Kind nee = nein en = und gescheiden = geschieden de broers en zussen = die Geschwister jij hebt = du hast jij bent = du bist houden van = lieben getrouwd = verheiratet goed met elkaar omgaan = sich gut verstehen samen = zusammen