⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 4 - Basiscursus Duits - 1

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Duits
vier(de) = ... ⦾ ?
de toerist = ... ⦾ ?
de postbeambte = ... ⦾ ?
de morgen = ... ⦾ ?
zou graag willen = ... ⦾ ?
graag hebben = ... ⦾ ?
de kaart = ... ⦾ ?
naar = ... ⦾ ?
kost = ... ⦾ ?
kosten = ... ⦾ ?
de (post)zegel = ... ⦾ ?
de vraag = ... ⦾ ?
ik verzamel = ... ⦾ ?
de postzegel = ... ⦾ ?
zou kunne = ... ⦾ ?
kunnen = ... ⦾ ?
iets bekijken = ... ⦾ ?
vorig = ... ⦾ ?
natuurlijk = ... ⦾ ?
zien = ... ⦾ ?
vitrine = ... ⦾ ?
de glazen deur = ... ⦾ ?
de nieuwste uitgave(n) = ... ⦾ ?
de ansichtkaart = ... ⦾ ?
sturen = ... ⦾ ?
de post = ... ⦾ ?
de brief = ... ⦾ ?
het loket = ... ⦾ ?
openingstijden van loket = ... ⦾ ?
de E-mail = ... ⦾ ?
het pakje = ... ⦾ ?
de brievenbus = ... ⦾ ?
de lichting = ... ⦾ ?
het woord = ... ⦾ ?
de woorden = ... ⦾ ?
het geld = ... ⦾ ?
het contante geld = ... ⦾ ?

Klaar!