⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Financieel - volwassenenonderwijs

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Vraag Antwoord
vlottende activa / kort vreemd vermogen = ... ⦾ ?
vlottende activa - voorraden / kort vreemd vermogen = ... ⦾ ?
vlottende activa - kort vreemd vermogen = ... ⦾ ?
eigen vermogen + lang vreemd vermogen - vaste activa = ... ⦾ ?
nettowinst na belasting + afschrijving = ... ⦾ ?
eigen vermogen / totaal vermogen = ... ⦾ ?
vreemd vermogen / totaal vermogen = ... ⦾ ?
nettowinst na belasting / gemiddeld eigen vermogen x 100 = ... ⦾ ?
nettowinst voor belasting + interest vreemd vermogen / gemiddeld totaal vermogen x 100 = ... ⦾ ?
nettowinst voor belasting + interest vreemd vermogen = ... ⦾ ?
interestkosten vreemd vermogen / gemiddeld vreemd vermogen x 100 = ... ⦾ ?
inkoopwaard van de omzet / gemiddelde voorraad = ... ⦾ ?
1 / omzetsnelheid x 360 of 365 = ... ⦾ ?
gemiddeld debiteurensaldo / jaaromzet op rekening x 360 of 365 = ... ⦾ ?
gemiddeld crediteurensaldo / jaarinkopen op rekening x 360 of 365 = ... ⦾ ?
beginvoorraad + inkopen - verkopen = ... ⦾ ?
inkoopwaarde van de omzet + voorraadtoename = ... ⦾ ?
inkoopwaarde van de omzet - voorraadafname = ... ⦾ ?
inkoopwaarde van de omzet - beginvoorraad + eindvoorraad = ... ⦾ ?
omzet / gemiddeld totaal vermogen = ... ⦾ ?
omzet bepaalde periode / aantal werknemers in die periode = ... ⦾ ?
pn / po x 100 = ... ⦾ ?
hn / ho x 100 = ... ⦾ ?
hn x pn / ho x po x 100 = ... ⦾ ?
EWI / EHI x 100 = ... ⦾ ?
EWI / EPI x 100 = ... ⦾ ?
EHI x EPI / 100 = ... ⦾ ?
k x p x j / 100 = ... ⦾ ?
k x p x m / 1200 = ... ⦾ ?
k x p x w / 5200 = ... ⦾ ?
k x p x d / 36500 = ... ⦾ ?
k x (1 + i)n = ... ⦾ ?
E / (1 + i)n = ... ⦾ ?
van schuld begin jaar = ... ⦾ ?
annuiteit - interest = ... ⦾ ?
schuld begin jaar - aflossing = ... ⦾ ?
aflossing jaar 4 x 1.08 = ... ⦾ ?
aflossing jaar 2 x 1.08^2 = ... ⦾ ?

Klaar!