⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 12 -

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Grieks
ingaan / komen in = ... ⦾ ?
gelijk aan / gelijkend op = ... ⦾ ?
snel, spoedig = ... ⦾ ?
dit / dat = ... ⦾ ?
begraven = ... ⦾ ?
lijk / dode = ... ⦾ ?
iets(zelfst) / enige(bijv) = ... ⦾ ?
lichaam = ... ⦾ ?
vader = ... ⦾ ?
(van)jou / jouw = ... ⦾ ?
voeden / opvoeden = ... ⦾ ?
samenzijn met / omgaan met = ... ⦾ ?
(van)mij, mijn = ... ⦾ ?
ziel / geest / schim / leven = ... ⦾ ?
aarde / grond = ... ⦾ ?
naar beneden gaan, afdalen = ... ⦾ ?
man = ... ⦾ ?
vrouw = ... ⦾ ?
beginnen met = ... ⦾ ?
alle(n) = ... ⦾ ?
leider / aanvoerder = ... ⦾ ?
kwellen / verdriet doen = ... ⦾ ?
eerste = ... ⦾ ?
moeder = ... ⦾ ?
huis = ... ⦾ ?
achterlaten = ... ⦾ ?
wachter / bewaker = ... ⦾ ?
te gronde richten / vernietigen = ... ⦾ ?
kind(zoon, dochter) / slaaf = ... ⦾ ?
naam = ... ⦾ ?
of = ... ⦾ ?
werpen = ... ⦾ ?
redder = ... ⦾ ?
broer = ... ⦾ ?
hand / arm = ... ⦾ ?
aanwezig zijn = ... ⦾ ?
(Iemand), iets(zelfst) / een of ander(e)(bijv) / enkele(n), sommige(n)(mv) = ... ⦾ ?

Klaar!