⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 10 -

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Grieks
zijn = ... ⦾ ?
(gaan) zitten = ... ⦾ ?
oud / van vroeger = ... ⦾ ?
macht hebben over / overwinnen = ... ⦾ ?
(van) hen = ... ⦾ ?
(aan / voor) hen / hun = ... ⦾ ?
hen = ... ⦾ ?
dichtbij = ... ⦾ ?
rampen / ongeluk = ... ⦾ ?
horen / luisteren (naar) = ... ⦾ ?
niet = ... ⦾ ?
niet meer = ... ⦾ ?
terugsturen / wegsturen = ... ⦾ ?
(van) hem / haar / het = ... ⦾ ?
(aan / voor) hem / haar / het = ... ⦾ ?
hem / haar / het = ... ⦾ ?
in staat zijn om / kunnen = ... ⦾ ?
bereid / gereed / klaar (om te) = ... ⦾ ?
beste / zeer goed = ... ⦾ ?
gegroet = ... ⦾ ?
hier(heen) = ... ⦾ ?
eten / voedsel = ... ⦾ ?
maaltijd = ... ⦾ ?
(aan / voor) mij / me = ... ⦾ ?
(het) interesseert me = ... ⦾ ?
overtuigen / overreden = ... ⦾ ?
naar huis = ... ⦾ ?
(aan / voor) jou / je / (aan / voor) u = ... ⦾ ?
(rond)om = ... ⦾ ?
oorlog voeren = ... ⦾ ?
weggaan = ... ⦾ ?
berichten / melden = ... ⦾ ?

Klaar!