⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 1 - Unit 1 - basisschool 6

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Nederlands Engels
een stevig persoon = ... ⦾ ?
een dun persoon = ... ⦾ ?
een paar schoenen = ... ⦾ ?
een lang persoon = ... ⦾ ?
een klein persoon = ... ⦾ ?
mooi = ... ⦾ ?
blond haar = ... ⦾ ?
bloes = ... ⦾ ?
laarzen = ... ⦾ ?
kleren = ... ⦾ ?
jas = ... ⦾ ?
kleur = ... ⦾ ?
krullend haar = ... ⦾ ?
steil haar = ... ⦾ ?
kort haar = ... ⦾ ?
lang haar = ... ⦾ ?
jurk = ... ⦾ ?
oorbellen = ... ⦾ ?
bril = ... ⦾ ?
spijkerbroek = ... ⦾ ?
oud = ... ⦾ ?
jong = ... ⦾ ?
roze = ... ⦾ ?
paars = ... ⦾ ?
winkel = ... ⦾ ?
rok = ... ⦾ ?
sokken = ... ⦾ ?
trui = ... ⦾ ?
aankleden = ... ⦾ ?
laten zien = ... ⦾ ?
dragen van kleding = ... ⦾ ?
broek = ... ⦾ ?
wasmachine = ... ⦾ ?
beschrijven van iets = ... ⦾ ?

Klaar!