⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 4 - Vocabulary A+C+D+C&C - 1

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
verven = ... ⦾ ?
levensstijl = ... ⦾ ?
herinnering = ... ⦾ ?
(zak) geld = ... ⦾ ?
cadeau = ... ⦾ ?
rijk = ... ⦾ ?
vrije tijd = ... ⦾ ?
besteden, uitgeven = ... ⦾ ?
snoep = ... ⦾ ?
strak = ... ⦾ ?
over = ... ⦾ ?
goed doel = ... ⦾ ?
schrijven, componeren = ... ⦾ ?
ontdekken = ... ⦾ ?
schenken = ... ⦾ ?
spannend, opwindend = ... ⦾ ?
ijskoud = ... ⦾ ?
moeilijk = ... ⦾ ?
held = ... ⦾ ?
thuis = ... ⦾ ?
thuiswedstrijd = ... ⦾ ?
keuken = ... ⦾ ?
het leven = ... ⦾ ?
buren = ... ⦾ ?
normal = ... ⦾ ?
verhuizen = ... ⦾ ?
voorbereiden = ... ⦾ ?
verantwoordelijkheid = ... ⦾ ?
kamer = ... ⦾ ?
getalenteerd, begaafd = ... ⦾ ?
reizen = ... ⦾ ?
stad = ... ⦾ ?
stemmen = ... ⦾ ?
record = ... ⦾ ?
erg, erger, ergst = ... ⦾ ?
verjaardag = ... ⦾ ?
goed, beter, best = ... ⦾ ?
interesses = ... ⦾ ?
over = ... ⦾ ?
muziek = ... ⦾ ?
bijnaam = ... ⦾ ?
geheim = ... ⦾ ?
sportief, sportieve = ... ⦾ ?
dan = ... ⦾ ?
tijd = ... ⦾ ?
reis = ... ⦾ ?
vegetariër = ... ⦾ ?
ongeveer = ... ⦾ ?
doodgaan = ... ⦾ ?
verdelen in = ... ⦾ ?
talen = ... ⦾ ?
grootte, omvang = ... ⦾ ?

Klaar!