⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Onregelm. ww'en 1 - 85 - vwo 2

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
to be - was / were - been = ... ⦾ ?
te beat - beat - beaten = ... ⦾ ?
to become - became - become = ... ⦾ ?
to begin - began - begun = ... ⦾ ?
to bet - bet - bet = ... ⦾ ?
to bid - bid - bid = ... ⦾ ?
to bite - bit - bitten = ... ⦾ ?
to bleed - bled - bled = ... ⦾ ?
to blow - blew - blown = ... ⦾ ?
to break - broke - broken = ... ⦾ ?
to bring - brought - brought = ... ⦾ ?
to broadcast - broadcast - broadcast = ... ⦾ ?
to build - built - built = ... ⦾ ?
to burn - burnt - burnt = ... ⦾ ?
to buy - bought - bought = ... ⦾ ?
to catch - caught - caught = ... ⦾ ?
to choose - chose - chosen = ... ⦾ ?
to come - came - come = ... ⦾ ?
to cost - cost - cost = ... ⦾ ?
to cut - cut - cut = ... ⦾ ?
to dig - dug - dug = ... ⦾ ?
to do - did - done = ... ⦾ ?
to draw - drew - drawn = ... ⦾ ?
to drink - drank - drunk = ... ⦾ ?
to drive - drove - driven = ... ⦾ ?
to eat - ate - eaten = ... ⦾ ?
to fall - fell - fallen = ... ⦾ ?
to feel - felt - felt = ... ⦾ ?
to fight - fought - fought = ... ⦾ ?
to find - found - found = ... ⦾ ?
to fly - flew - flown = ... ⦾ ?
to forbid - forbade - forbidden = ... ⦾ ?
to forget - forgot - forgotten = ... ⦾ ?
to get - got - got = ... ⦾ ?
to give - gave - given = ... ⦾ ?
to go - went - gone = ... ⦾ ?
to grow - grew - grown = ... ⦾ ?
to hang - hung - hung = ... ⦾ ?
to have (got) - had - had = ... ⦾ ?
to hear - heard - heard = ... ⦾ ?
to hide - hid - hidden = ... ⦾ ?
to hit - hit - hit = ... ⦾ ?
to hurt - hurt - hurt = ... ⦾ ?
to keep - kept - kept = ... ⦾ ?
weten = ... ⦾ ?
leren = ... ⦾ ?
(ver)laten = ... ⦾ ?
laten = ... ⦾ ?
liggen = ... ⦾ ?
verliezen = ... ⦾ ?
maken = ... ⦾ ?
menen = ... ⦾ ?
ontmoeten = ... ⦾ ?
betalen = ... ⦾ ?
zetten, leggen = ... ⦾ ?
ophouden (met) = ... ⦾ ?
lezen = ... ⦾ ?
rijden (fiets / paard) = ... ⦾ ?
(op)bellen = ... ⦾ ?
rennen = ... ⦾ ?
zeggen = ... ⦾ ?
zien = ... ⦾ ?
verkopen = ... ⦾ ?
(ver)zenden, (ver)sturen = ... ⦾ ?
zetten, instellen = ... ⦾ ?
schieten = ... ⦾ ?
tonen, laten zien = ... ⦾ ?
zingen = ... ⦾ ?
zitten = ... ⦾ ?
slapen = ... ⦾ ?
ruiken = ... ⦾ ?
spreken = ... ⦾ ?
doorbrengen = ... ⦾ ?
draaien = ... ⦾ ?
staan = ... ⦾ ?
stelen = ... ⦾ ?
zwemmen = ... ⦾ ?
nemen = ... ⦾ ?
onderwijzen = ... ⦾ ?
trekken, scheuren = ... ⦾ ?
zeggen, vertellen = ... ⦾ ?
denken = ... ⦾ ?
gooien = ... ⦾ ?
begrijpen = ... ⦾ ?
wakker worden = ... ⦾ ?
dragen = ... ⦾ ?
winnen = ... ⦾ ?
schrijven = ... ⦾ ?

Klaar!