⦾ alles laten zien ⦿ alles verbergen ⇄ omdraaien ⤨ herhaal moeilijk ⤨ shuffle

Overhoren - Hoofdstuk 1 - Unit 1 Studybox 1 - vwo 3

Overhoor jezelf! Bedenk wat het woordje moet zijn en typ het in of klik op ⦾. Geef vervolgens eventueel aan of je het goed had met ✓ of ✗. Weet je het bijna? Vraag dan een hint met ?. Alles kan ook met het toetsenbord. Typ hiervoor de antwoorden in en gebruik de pijtjes.

Engels Nederlands
drank = ... ⦾ ?
datum en / of tijd veranderen = ... ⦾ ?
betrokkenheid = ... ⦾ ?
verbonden, verenigd = ... ⦾ ?
menselijkheid = ... ⦾ ?
(nood)lot, bestemming = ... ⦾ ?
winkel = ... ⦾ ?
loket = ... ⦾ ?
inwisselen voor = ... ⦾ ?
feitelijk, echt = ... ⦾ ?
nep = ... ⦾ ?
toeschouwer = ... ⦾ ?
recht geven op = ... ⦾ ?
bemachtigen = ... ⦾ ?
aangewezen = ... ⦾ ?
bevestiging = ... ⦾ ?
toestaan = ... ⦾ ?
plaats waar iets gebeurt = ... ⦾ ?
kopen = ... ⦾ ?
in plaats van = ... ⦾ ?
beveiliging = ... ⦾ ?
felgeel = ... ⦾ ?
gelegen, gevestigd = ... ⦾ ?
hoofdingang = ... ⦾ ?
programmawijziging = ... ⦾ ?
halve finale = ... ⦾ ?
evenement = ... ⦾ ?
bijnaam = ... ⦾ ?
doel = ... ⦾ ?
mensenrechten = ... ⦾ ?
vertaling = ... ⦾ ?
gehandicapte, invalide = ... ⦾ ?
ondanks = ... ⦾ ?
sfeer = ... ⦾ ?
jubileum = ... ⦾ ?
(be)naderen = ... ⦾ ?
gelijkheid = ... ⦾ ?
voor de gek houden, belazeren = ... ⦾ ?
vervoer = ... ⦾ ?
zeer = ... ⦾ ?
beschouwen = ... ⦾ ?
nodig hebben = ... ⦾ ?
geldig = ... ⦾ ?
kiezen = ... ⦾ ?
inschrijven = ... ⦾ ?
invoeren = ... ⦾ ?
betalingswijze = ... ⦾ ?
waardebon = ... ⦾ ?
toegang verlenen tot = ... ⦾ ?
vooraf = ... ⦾ ?

Klaar!